Doelstellingen

Wat staat er beschreven in de ‘Charter voor borstvoeding’?
De deelnemende partijen streven naar een samenleving waarin:

  • het geven van borstvoeding gewoon is
  • iedereen bekend is met de voordelen van borstvoeding
  • ouders weloverwogen keuzes kunnen maken over de voeding van hun baby
  • vrouwen in staat zijn hun kinderen borstvoeding te geven zolang zij willen

Om dit doel te realiseren zijn de volgende veranderingen nodig:

1. Verbeteren van de kwaliteit en continuïteit van de zorg op het gebied van borstvoeding

Richtlijnen
Om de kwaliteit van de begeleiding bij borstvoeding en continuïteit van zorg van preconceptie tot en met de jeugdgezondheidszorg te waarborgen, zijn multidisciplinaire richtlijnen van groot belang. Vanuit een vast vertrekpunt maakt elke beroepsgroep vervolgens zelf een specifieke uitwerking.

Deskundigheid
Accurate informatie, adequate, praktische en emotionele ondersteuning: professionals moeten beschikken over de juiste kennis en kunde om ouders goed informeren. Borstvoeding krijgt in het curriculum van de betreffende basisopleidingen te weinig aandacht. Belangrijk is dus dat het onderwerp meer prioriteit krijgt. Ook iedereen die zich actief bezighoudt met advisering en ondersteuning van vrouwen die borstvoeding (willen) geven, moet over alle actuele en benodigde informatie beschikken.  

Toetsing
Het Baby Friendly Hospital Initiative van WHO / Unicef is een extern geëvalueerd programma genaamd ‘Zorg voor Borstvoeding’ voor zorginstellingen. Onderzoek wijst uit dat dit programma een positieve bijdrage levert aan het verhogen van de borstvoedingscijfers.

2. Wegnemen van maatschappelijke belemmeringen

Hoewel borstvoeding wel wordt (h)erkend als de beste voeding voor een baby, is het helaas in Nederland nog niet zo vanzelfsprekend om het daadwerkelijk te geven. Sterker nog: in bepaalde situaties roept het negatieve reacties op. Zowel in de privésfeer, als de publieke opinie en de media. De sociale omgeving heeft een grote invloed op de keuzes rondom borstvoeding en sociale acceptatie is dan ook een belangrijke randvoorwaarde. Zo zou het bijvoorbeeld normaal moeten zijn als een kind in een openbare ruimte borstvoeding krijgt, iets wat nu vaak niet het geval is.

Van kinds af aan
Hoe mensen zich tot het onderwerp borstvoeding verhouden, ontwikkelt zich door kennis, opvattingen over voor- en nadelen en positieve en negatieve ervaringen van zichzelf of anderen in de directe omgeving. Juist daarom is het zo belangrijk dat in een vroeg stadium bewuste meningsvorming over borstvoeding op gang wordt gebracht. Zo kunnen de vooroordelen al onder de aandacht komen in het basisonderwijs en op middelbare scholen tijdens onderwijsprogramma’s rondom voeding. Het gewenste lesmateriaal over borstvoeding is aansprekend en up-to-date, aangepast aan de doelgroep en opgesteld door onafhankelijke partijen die vrij zijn van commerciële invloeden.

 

3. Versterken van het zelfvertrouwen van moeders en hun partner

‘Ga ik wel of niet door met borstvoeding?’ Zelfvertrouwen speelt daarbij een belangrijke rol. Moeders met meer zelfvertrouwen zijn doorgaans van plan om langer borstvoeding te geven. Om een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het zelfvertrouwen van een moeder is het belangrijk dat zij tijdens de kraamperiode de borstvoedingsvaardigheden goed aanleert, feedback krijgt, leert omgaan met twijfels en weet waar ze terecht kan voor goede hulp. 

4. Een werkklimaat creëren waarin borstvoeding geven en afkolven gewoon is

Na het verlof weer aan het werk gaan, is voor vrouwen de meest voorkomende reden om te stoppen met het geven van borstvoeding. Toch is het in Nederland via de wet geregeld dat vrouwen borstvoeding en werk kunnen combineren. Uit onderzoek dat slechts een kwart van de werkgevers en werknemers deze regelgeving kent, laat staan naleeft.

Langer thuis
In vergelijking met andere Europese landen is het bevallingsverlof in Nederland kort. Een langer verlof of de mogelijkheid tot geleidelijke werkhervatting zou het voor vrouwen makkelijker maken om door te gaan met het geven van borstvoeding. Daarbij is het een pre dat werkgevers en werknemers beter weten wat hun rechten en plichten zijn rondom het combineren van borstvoeding en werk.

 

5. Implementeren van de Internationale gedragscode voor het op de markt brengen van vervangingsmiddelen van moedermelk

De vele marketingactiviteiten rondom kunstvoeding hebben o.a. het effect dat er minder moeders kiezen voor borstvoeding. Omdat borstvoeding de meest gezonde voeding voor een baby is, is het belangrijk om normen te formuleren, zoals vastgelegd in de International Code of Marketing of Breast Milk Substitutes van de WHO (inclusief latere resoluties), omtrent de marketing, reclame en voorlichting van kunstvoeding. 

Om het effect van bovenstaande veranderingen te meten, is het noodzakelijk dat gestandaardiseerde borstvoedingsgegevens worden bijgehouden en geanalyseerd